Proeftuinexcursie voor bestuurders

Kennismaken met de proeftuin in de praktijk, rond het thema bodemdaling. Dat was het doel van de excursie voor bestuurders van de Gemeente Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Provinciale Staten op 10 juni. Buiten in het veld bij ‘weidevogel-familie’ Mulder in Vlist konden zij zien en horen hoe onderzoekers en andere (keten)partijen samen kennis ontwikkelen en toepassen, durven experimenteren en zo meewerken aan oplossingen voor o.a. bodemdaling.

Proeftuin in praktijk

In de Proeftuin werken we aan blijvende rol voor de landbouw in de Krimpenerwaard. Het remmen van de bodemdaling is daar een belangrijke voorwaarde voor; de veenweiden zijn bij uitstek geschikt om melkvee te houden maar zijn ook kwetsbaar door veenoxidatie. Willen we daar op kunnen blijven boeren, maar ook wonen en recreëren én plaats bieden aan weidevogels en biodiversiteit, dan is er een toekomstbestendige aanpak nodig. Om bestuurders te laten zien hoe we daar invulling aan geven en waarom, welke vragen er spelen en hoe innovatie op veen werkt, was op 10 juni een speciale veldexcursie georganiseerd. Een zonnige avond, waarop we in het veld inzoomden op waterinfiltratie, klei in veen en hoe kruidenrijk grasland bijdraagt aan biodiversiteit en weidevogels. En hoe deze inzichten en resultaten van belang zijn voor de komende gebiedsprocessen.

Klei voor veenbehoud

Klei aanbrengen in veenbodems is een manier om bodemdaling, broeikasgas- en CO2- emissie op veengrond te beperken, onafhankelijk van het waterpeil, vertelde Maaike van Agtmaal, van het Louis Bolk Instituut uit. “Lutumdeeltjes uit klei hechten zich namelijk makkelijk aan organische stof zoals veen (dat vooral uit onverteerde plantenresten bestaat), en beschermen zo het veen tegen afbraak. De experimenten van Proeftuin Trots op de Krimpenerwaard laten veelbelovende resultaten zien, zowel in het veld als in de laboratoriumproeven. Het effect van het toevoegen van 8 verschillende kleisoorten van verschillende bronnen (civiele projecten, baggerwerkzaamheden, herinrichting uiterwaarden) is gemeten ten opzichte van een controle (stippellijn, geen klei toegevoegd). Sommige kleisoorten geven in labomstandigheden meer dan 50% minder CO2-emissie. Het aanbrengen van klei kan met bestaande machines, het proces van klei-binding verloopt echter langzaam; minimaal 6 -12 maanden na toevoeging van klei. Het onderzoek naar klei in veen gaat door, zowel in het lab als in het veld. Ook wordt gekeken naar de organisatorische en logistieke uitdagingen om klei op plaatsen van bestemming te brengen. Dat klei in vee potentie heeft blijkt wel uit de spin-off in de veengebieden van Friesland.

CO2 emissie na mengen klei met veen

Kruiden, biodiversiteit en weidevogels

In de Krimpenerwaard zijn inmiddels 16 melkveehouders vanuit de Proeftuinpilot ‘Weidebuffet met kruiden’ op hun bedrijf aan het experimenteren met kruidenrijk grasland. Om te ontdekken of ze daarmee kunnen bijdragen aan het verhogen van de biodiversiteit en daarmee ook de weidevogelstand in de veenweiden verbeteren. Pedro Janssen, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut legde uit waarom het verhogen van de diversiteit van plantensoorten door kruidenrijk grasland te introduceren niet vanzelf gaat “Kruiden op veen hebben flinke concurrentie van gras. Het blijft daarom lastig om een goede balans te vinden tussen de concurrentie van het gras en het zo min mogelijk verstoren van de bodem (zoals bij herinzaai). Bij doorzaaien worden kruiden in een bestaande graszode ingezaaid, maar is de opkomst van de kruiden wisselend. De boeren experimenteren met verschillende methoden om de slagingskansen van kruiden op veen te onderzoeken. Grote kanshebber daarvoor is de slootkant omdat daar vaak al een verhoogde diversiteit aanwezig is. Door deze bestaande biodiversiteit uit te breiden met kruiden kan er op perceelsniveau relatief makkelijk winst worden gehaald terwijl dit niet ten koste gaat van een hoge productiviteit. Ook is de slootkant voor weidevogels een aantrekkelijke plek.”

Waterinfiltratie dient meer doelen

Sinds de aanleg in 2018 van waterinfiltratie bij twee pilotbedrijven in de proeftuin, is waterinfiltratie inmiddels op grote(re) schaal in de Krimpenerwaard uitgerold. In de polders bij Vlist doen bijvoorbeeld 21 melkveehouders mee om 352 ha veenweiden te draineren. Barend Meerkerk van PPP-Agro Advies legde uit waarom de interesse groeit: “Met een drainagebuis wordt in de winter overtollig water afgevoerd en in de zomer aangevoerd. Hierdoor blijft in de zomer het veen vochtig, ook in het midden van het perceel, waardoor minder oxidatie plaatsvindt. Te veel water wordt door de buizen weer afgevoerd. Naast het effect op bodemdaling hebben de drainagebuizen een positief effect op de draagkracht in het voor- en najaar. Hierdoor kan het weideseizoen worden verlengd en zijn er minder verliezen door vertrapping. Ook houdt waterinfiltratie in droge zomers het gras groen en fris en blijft de zodekwaliteit redelijk goed. En kan de grasgroei na een droge periode weer snel op gang komen.” Waterinfiltratie is niet alleen een toepasbare maatregel om bodemdaling te verminderen, maar ook om biodiversiteit te vergroten en weidevogelbeheer te verbeteren. Recent is bij de familie Mulder, waar de excursie plaatsvond, door waterinfiltratie plas-dras gecreëerd voor een groter voedselaanbod voor de weidevogels.

Hans Mulder bij zijn waterinifiltratiesysteem waarmee hij plas-dras voor de weidevogels realiseert.

Hans Mulder bij zijn waterinifiltratiesysteem waarmee hij plas-dras voor de weidevogels realiseert.

Gebiedsprocessen

Tijdens de excursie ging het ook over komende/geplande gebiedsprocessen met als belangrijkste doel het verminderen van de CO2-uitstoot uit veen. Afremmen van de bodemdaling is daarbij een basis voorwaarde. De landbouw speelt hierbij een belangrijke rol. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat er in 2030 landelijk 1Mton minder CO2 wordt uitgestoten afkomstig van veenbodems. Deze gebiedsprocessen per polder/ deelgebied dragen bij aan deze doelstelling. Tegelijkertijd wordt ook gewerkt aan een verbetering van de waterkwaliteit en biodiversiteit. Dit doen we niet alleen, maar samen met gemeenten in de regio, provincie en waterschap. Volgens Frank Lenssinck, programmaleider van de Proeftuin en directeur van het Veenweiden Innovatiecentrum Zegveld zijn de pilots uit de Proeftuin mooie voorbeelden van adaptieve landbouw. ”Meebewegen met de natuur en ‘het doen met wat je hebt’ betekent namelijk dat je steeds kijkt naar wat jij, als mens, boer en ondernemer, kunt bijdragen aan een duurzame toekomst. Dat gebeurt in de pilots die op deze avond zijn uitgelicht, maar ook in experimenten met natte teelten, of in het ondernemersprogramma Mijn Koers. Daarin gaat het over keuzes maken en richting aan je toekomst, altijd in relatie tot je omgeving. En in samenwerking met anderen. Met bijvoorbeeld waterschap, gemeente of provincie, ieder vanuit een eigen rol en positie. Zo’n avond als deze levert waardevolle kennis en kennissen om gezamenlijk het proces mee in te gaan.”