Veenverrijking met klei

Veenverrijking klei - Marinus de Vries

Deelnemend melkveehouder Marinus de Vries licht toe: “We doen met ons bedrijf mee met de proef om klei in de veenbodem aan te brengen. Waarom ik daar aan mee doe? Omdat het een manier is om op veengrond bodemdaling en uitstoot van CO2 te beperken. Bovendien kan het ook helpen om een stevigere bodem te krijgen, die minder gevoelig is voor vertrapping door de koeien of schade door het rijden met machines. En ook omdat ik het gewoon leuk vind om nieuwe dingen te ontdekken voor het bedrijf.”

Hoe werkt het?

Het inbrengen van klei (lutum) in veengrond kan een effectieve maatregel zijn om de afbraak van organische stof in veen af te remmen en daarmee ook de bodemdaling te beperken. Kleideeltjes kunnen namelijk een sterke binding met organische deeltjes aangaan en bovendien verlopen de afbraakprocessen bij een hoger kleigehalte trager. Daarmee zou veenverrijking met klei een kansrijk perspectief voor de veenweiden kunnen zijn.

Daarvoor gaan we in de Proeftuin antwoorden zoeken op vragen met betrekking tot de werking, beschikbaarheid, toepasbaarheid en verwerking van klei in veenbodems. En moet er een heldere kosten- en batenanalyse en plan van aanpak komen voor monitoring van de effecten.

Van waardeloos naar waardevol

Hergebruik van grondstof past bij adaptieve landbouw en biedt niet alleen voor de landbouw perspectief maar ook voor Rijkswaterstaat doordat hun kleibagger een meer waardevolle toepassing krijgt. Het helpt beide partijen bovendien om de doelstelling van klimaatneutraal werken in 2030 te realiseren.
We gaan in proeftuin Trots op de Krimpenerwaard onderzoeken

  • Hoeveel klei er nodig is
  • Hoe we de klei het beste op/in het land kunnen krijgen
  • Hoe we aan geschikte/schone klei kunnen komen
  • Met welke risico’s we rekening moeten houden
  • Hoe het qua logistiek, infrastructuur en planning werkt
  • Welk verdienmodel er bij past
  • Hoe we kennis kunnen delen

Contact opnemen

2018-12-21T14:23:28+00:00